
Een balans in begrazing onmisbaar voor gezonde duinen
NieuwsoverzichtWat gebeurt er met het duingebied als grote grazers zoals damherten, paarden en runderen tijdelijk worden uitgesloten?
Uit een vijfjarig onderzoek (2019–2024) in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) en het Nationaal Park Zuid‑Kennemerland (NPZK) blijkt dat de natuur zich verrassend snel kan herstellen. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat een gezonde natuur alleen mogelijk is als begrazing goed in balans is. Graasdruk (verhouding planten en voedsel) is daarbij heel belangrijk. Zowel te veel als te weinig begrazing heeft negatieve gevolgen voor planten en dieren.
Snel herstel na extreem hoge graasdruk
In de jaren vóór het onderzoek startte, groeide het aantal damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen sterk. Daardoor werd er veel te veel gegeten: planten werden overal kort gehouden, bloemen verdwenen en insecten hadden steeds minder voedsel.
Om te kijken hoe de natuur herstelt, werden op zestien plekken grote gebieden tijdelijk afgesloten voor grazers (zgn. exclosures). Dit had snel effect. Planten die lang waren weggegeten, kwamen weer terug en gingen opnieuw bloeien, soms al binnen een jaar. Opvallend was dat zelfs verdwenen soorten, zoals de duinsalomonszegel, weer opdoken. Ook nam het aantal verschillende plantensoorten en bloemen binnen deze afgesloten gebieden duidelijk toe.
Duidelijke effecten op insecten
Meer bloeiende planten zorgden meteen voor meer insecten zoals bijen, hommels en zweefvliegen. In de afgesloten gebieden namen hun aantallen duidelijk toe.
Voor andere insecten werkte het anders. Soorten die open, warme zandplekken nodig hebben, zoals sommige kevers en sprinkhanen, hadden juist last van de snel dichter groeiende planten.
Het onderzoek laat zien dat veel insecten verschillende soorten plekken nodig hebben: bloemen voor voedsel en open zand voor warmte en voortplanting. Daardoor reageren insecten minder eenduidig op veranderingen in begrazing dan planten.
Verruiging: de keerzijde van uitsluiting
In het begin leek het herstel duidelijk positief. Maar na een paar jaar zonder begrazing ontstond een nieuw probleem: verruiging. Hoge grassen en struiken kregen de overhand, open zand verdween en de variatie in de vegetatie nam af.
Juist die variatie is belangrijk voor veel typische duinsoorten. In de meer voedselrijke delen van het duin was dit effect het sterkst zichtbaar: daar nam de eerdere toename van soorten na verloop van tijd weer af. Het onderzoek laat daarmee zien dat het volledig uitsluiten van grazers geen duurzame oplossing is voor natuurherstel.
Andere uitkomst in Zuid‑Kennemerland
In het Nationaal Park Zuid‑Kennemerland was de begrazing al vanaf het begin beter verdeeld en minder intensief, met een mix van runderen, paarden en herten. Daardoor was de natuur hier al meer in balans. Toen delen werden afgesloten voor grazers, leidde dat dan ook nauwelijks tot extra herstel. De wisselende weersomstandigheden hadden hier meer zichtbaar effect.
Conclusie
Het onderzoek laat duidelijk zien dat een gezonde en soortenrijke duinnatuur niet ontstaat door grazers weg te halen, maar door te zorgen voor de juiste hoeveelheid en variatie in begrazing. Grote grazers zijn belangrijk om het duinlandschap open en gevarieerd te houden, maar er moet wel een goede balans zijn.
Te veel begrazing zorgt ervoor dat planten verdwijnen en de natuur soorten verliest.
Te weinig begrazing leidt tot verruiging, waardoor open plekken verdwijnen. Een matige en gevarieerde begrazing geeft de beste kansen voor veel verschillende planten en dieren.
De meeste soorten (biodiversiteit) vind je als begrazing goed wordt verdeeld over plaats en tijd, zodat het landschap afwisselend blijft met open stukken en begroeide delen.


