Go toDirect naar content
De Zeven Broeders

De Zeven Broeders

Doorgeefluik van zand

Duinen moeten kunnen meegroeien met de stijgende zeespiegel. Het zand moet daarvoor vanaf het strand over de duinen kunnen stuiven. Kuilen en sleuven in de zeereep worden zo een ‘doorgeefluik’ van zand naar de duinen achter de zeereep, die daardoor hoger en robuuster worden.

Ook komt er zo meer ruimte voor planten en dieren die hier in het duin thuishoren. Typische soorten die in de zeereep voorkomen zijn zeeraket, blauwe zeedistel en zeewolfsmelk. In de duingraslanden kunnen soorten als zandviooltjes zich wellicht weer uitbreiden, en er ontstaat meer leefruimte voor zandhagedissen, blauwvleugelsprinkhanen en kleine parelmoervlinders. 

De Zeven Broeders, tussen paal 69 en 70, zijn in 2020 aangelegd na de voltooiing van Noordvoort dat in 2018-2019 werd aangelegd. Deze sleuven zijn met dezelfde reden aangelegd als Noordvoort: robuuster en breder maken van de duinen achter de zeereep en herstel van specifiek landschap.

In 2025 is een monitoring gestart om te kunnen volgen hoe de stuifkuilen zich hebben ontwikkeld. Dit onderzoek bestond uit luchtfotokartering en een analyse van de hoogteontwikkeling. Daarnaast zijn er ook veldbezoeken geweest. Uit het rapport dat is opgeleverd is gebleken dat een aantal van de Zeven Broeders gedeeltelijk dichtgegroeid is en moet worden nabeheerd. De openingen worden verbreed en helmgras wordt verwijderd. 

Lees het volledige eindrapport hier

Zeven Broeders
Zeven Broeders
Zeven Broeders

Natura 2000

De Amsterdamse Waterleidingduinen maken deel uit van het Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid. Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden van hoge kwaliteit. We hebben voor de zeereep de opgave om te zorgen voor de volgende typen: de embryonale duinen, witte duinen en grijze duinen.

Embryonale duinen zijn de deels begroeide lage duintjes op het strand. Ze vormen de prille fase van duinvorming, die begint met biestarwegras, dat kiemt op het strand en daarna zand begint in te vangen. Tijdens een storm worden ze vaak geheel of gedeeltelijke weggespoeld.

De witte duinen bevinden zich in de buitenste duinen, waar de inwaai van zout en stuivend zand zorgen voor een extreem milieu. Er heeft nog geen bodemontwikkeling plaatsgevonden en de dominante soort is helm. Een goed ontwikkeld type bestaat uit een afwisseling van vitale helmpollen en kaal zand.

Grijze duinen bestaan uit een scala van lage begroeiingen van grassen, kruiden en (korst)mossen. Zonder dynamiek groeien ze uiteindelijk dicht met struiken.

Voor de witte en grijze duinen geldt dat aanvoer van vers zand een voorwaarde is voor een goede ontwikkeling. De kwaliteit van deze typen liet te wensen over omdat de zeereep als het ware ecologisch 'op slot' zat. De 'vitaliserende' ingrepen komen dus goed van pas.